Amateur

Amateur

Uitspraak: [amaˈtør] Verbuigingen: amateur |s (meerv.) 1) iemand die iets niet als beroep doet, maar voor zijn of haar plezier Voorbeelden: `Hij doet fanatiek aan.
Een amateur is een persoon. [Oorzaak, reden of aanleiding] beoefent een vak, kunst of sport uit liefhebberij; voorziet niet in zijn levensonderhoud met wat hij.
Uitspraak: [amaˈtør] Verbuigingen: amateur |s (meerv.) 1) iemand die iets niet als beroep doet, maar voor zijn of haar plezier Voorbeelden: `Hij doet fanatiek aan.
Amateur